vrijdag 4 december 2009

Tussendoor - een advertentie uit 1962



Via Effiency Law

donderdag 3 december 2009

België veroordeeld door het Hof van Justitie omwille van het onvolledig omzetten van de Tweede Gasrichtlijn

De Europese Commissie stelde België in 2006 in gebreke omdat er nog altijd geen aardgasvervoersnetbeheerder definitief aangeduid was (en is) en omdat een aantal randvoorwaarden voor het toepassen van uitzonderingen op de gereguleerde toegang tot nieuwe grote gasinfrastructuur niet opgenomen zijn in de Belgische wetgeving.

Het Hof van Justitie sprak zich vandaag uit over die ingebrekestelling en veroordeelde België voor het onvolledig omzetten van de Tweede Gasrichtlijn (Richlijn 98/30/EG).

Artikel 7 van de Tweede Gasrichtlijn bepaalt dat de lidstaten “een of meer systeembeheerders aan voor een termijn die door de lidstaten wordt vastgesteld” moeten aanduiden.

De Gaswet bepaalt in artikel 8 dat de minister van energie na advies van de CBFA en na advies van de CREG de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van de LNG-terminal en de beheerder van de opslaginstallaties aanduidt. Die beheerders moesten aangeduid worden binnen de negen maanden na de bekendmaking van de oproep tot kandidaatstelling. Die oproep werd op 21 februari 2007 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De CREG stelt in haar advies van 28 juni 2007 vast dat Fluxys “de voorwaarde van de aardgasdoorvoer niet naleeft”. De regulator verwijst hiervoor naar het (intussen gewijzigde) feit dat Distrigas & Co krachtens twee overeenkomsten de transitcapaciteiten op de VTN en de Troll doorvoerleidingen mocht commercialiseren. De CREG beval aan de minister aan bij de eventuele aanstelling van Fluxys om de overname door Fluxys van alle activiteiten die met transit verband houden als voorwaarde te stellen. Intussen heeft Distrigas de aandelen in Distrigas & Co overgedragen aan Fluxys voor het niet onaardige bedrag van 350 miljoen euro. Daarnaast stelt de CREG vast dat een aantal vervoersinstallaties eigendom zijn van eindafnemers, die daarvoor een vervoersvergunning ontvangen hadden. Voor de CREG moet het beheer over die vervoersinstallaties overgedragen worden aan Fluxys.

Rekening houdende met deze opmerkingen, adviseerde de CREG gunstig met betrekking tot de aanstelling van Fluxys als vervoersnetbeheerder. Op basis van een aantal vennootschapsrechtelijke en corporate governance gerelateerde elementen adviseerde de CREG ongunstig met betrekking tot de aanstelling van Fluxys als beheerder van de LNG-installatie.

Fluxys diende eind 2007 een aangepaste kandidatuur in voor de drie beheersfuncties. Begin 2008 gaf de CREG opnieuw een voorwaardelijk gunstig advies voor de aanstelling van Fluxys als vervoersnetbeheerder en een ongunstig advies voor het beheer van de LNG-installatie (zie Jaarverslag CREG 2008, p. 32). Wat er nadien gebeurde, is onduidelijk.

De Europese Commissie meende dat België door geen definitieve aanwijzing van de verschillende systeembeheerders te hebben gedaan artikel 7 van de Tweede Gasrichtlijn schendt.

België merkte, bij monde van zijn raadsman Jean Scalais (Freshfields), die toevalligerwijze ook één van de vaste raadslieden is van Fluxys (o.a. in Ghislengien-proces), dat artikel 7 van de richtlijn de lidstaten niet belet om over te gaan tot de niet-definitieve aanwijzing van de systeembeheerders. Die tijdelijk aangewezen systeembeheerders vervullen overigens dezelfde taken als definitief aangewezen systeembeheerders. Bovendien, zo stelde de advocaat van Fluxys en de Belgische staat, maakt het allemaal niet veel uit: “De aanwijzing van de voorlopige systeembeheerders staat gelijk aan een definitieve aanwijzing, daar de betrokken ondernemingen de enige zijn die voldoen aan de vereisten voor een definitieve aanwijzing”. Of met andere woorden, de niet-definitieve aanwijzing van de systeembeheerders is eigenlijk overbodig omdat zij uiteindelijk toch definitief aangesteld zullen worden.

Het Hof van Justitie volgde de Belgische redenering niet en stelde vast dat “de voorlopige aanwijzing van deze beheerders vertraagt namelijk de omzetting van artikel 7 van de richtlijn, dat – zoals het Koninkrijk België erkende – de aanwijzing van deze beheerders voor een termijn van twintig jaar inhield”.

M.b.t. voor nieuwe grote gasinfrastructuur (interconnectoren tussen lidstaten, LNG‑ en opslaginstallaties) bepaalt artikel 22 van de richtlijn dat er een uitzondering kan gemaakt worden voor de bepalingen met betrekking tot de toegang en met betrekking tot de regelgevende instanties indien aan een aantal voorwaarden voldaan wordt, waaronder de verplichting om het ontheffingbesluit “naar behoren te motiveren en bekend te maken” en (m.b.t. interconnectoren) na overleg met de andere betrokken lidstaten of regelgevende instanties.

België verwees naar het feit dat koninklijke besluiten, de vorm die een ontheffingsbesluit zou aannemen, bekendgemaakt worden en gemotiveerd moeten zijn en naar het feit dat de verplichting tot overleg met andere lidstaten een rechtstreekse werking heeft die niet in nationaal recht moet worden omgezet.

Voor het Hof is het feit dat in België alle handelingen die voor een groot aantal personen een belang opleveren, worden bekendgemaakt, geen correcte en volledige omzetting van de bepalingen van de richtlijn. Ook het argument van de directe werking, die “justitiabelen het recht geeft om zich in rechte op een richtlijn te beroepen tegenover een lidstaat die zijn verplichtingen niet nakomt”, kan voor het Hof “geen rechtvaardiging vormen voor het verzuim van een lidstaat om tijdig de aan het doel van elke richtlijn beantwoordende uitvoeringsmaatregelen te nemen”.

dinsdag 1 december 2009

Private vliegvelden en windturbines

In Ciney woont baron d'Huart. Die heeft een vergund privaat vliegveld voor een Piper Cup vliegtuig. In de buurt wil Kyotech een windmolenpark van 6 3,5 MW windturbines bouwen.

Tijdens de vergunningsprocedure stelt de bevoegde luchtvaartadministratie dat het project "compromet la sécurité des pilotes et est donc inacceptable". Hierop weigert de bevoegde ambtenaren om de nodige vergunningen toe te kennen. Kyotech gaat hiertegen in beroep. In hun tweede advies levert de luchtvaartadministratie een gunstig voorwaardelijk advies af.

De piloot gaat in beroep bij de Raad van State tegen de uiteindelijk verleende permis unique. De Raad willigt het beroep niet in.

RvS 29 oktober 2009, nr. 197.535, d'Huart

maandag 30 november 2009

Programmawet december 2009 (vervolg)

Het ontwerp van programmawet december 2009 verplicht de kernexploitanten "een fonds op te richten en te financieren". Dit fonds, dat de vorm van een coöperatieve vennootschap moet aannemen, "zal de bevordering en de ondersteuning aan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen tot doel hebben".

"Het fonds oefent hiertoe onder meer volgende opdrachten uit:
— de bevordering en ondersteuning van investeringen en uitgaven in de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen;
— de bevordering en ondersteuning van onderzoeken en ontwikkelingen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen (met name van golfslagenergie, getijdenenergie, waterstof en fotovoltaïsche cellen).
— de bevordering en de ondersteuning van onderzoek op het vlak van energie-efficiëntie."
Het ontwerp geeft niet aan wat de verhouding moet zijn van de investeringen. Evenmin wordt aan de Koning enige uitvoeringsbevoegdheid voor die bepalingen gegeven. De aandeelhouders van de coöperatieve vennootschap kunnen dus vrij beschikken over het geïnvesteerde kapitaal.

Voor het jaar 2009 moeten de kernexploitanten 250 miljoen in dat fonds investeren. De individuele bijdragen hangen af van hun aandelen uiteindelijke productie van elektriciteit in de kerncentrales. Zij mogen, uiteraard, de bedragen die in het fonds gestort worden niet doorrekenen aan de eindafnemer.

Een regeringscommissaris zal de vergadering van de raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap kunnen bijwonen. Hij heeft hierin een raadgevende stem. Binnen een termijn van zes werkdagen kan hij in beroep gaan bij de minister van energie "tegen iedere beslissing (...) die hij strijdig acht met de richtlijnen van ’s lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake ’s lands bevoorrading in energie".

De raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap moet "vier onafhankelijke bestuurders zal tellen die door de algemene vergadering van het fonds zullen worden benoemd op voorstel van een dubbele lijst die de regering opstelt". Het ontwerp geeft niet aan of die onafhankelijke bestuurders de meerderheid binnen de raad van bestuur moeten uitmaken. Het is ook verrassend dat de regering 'een dubbele lijst' zal opstellen met namen van onafhankelijke bestuurders. Waarom kan de regering die onafhankelijke bestuurders niet gewoon aanduiden? Waarom kan de wetgever ook niet aanduiden dat er meer onafhankelijke bestuurders dan andere moeten zijn?

Programmawet december 2009

Eind vorige week diende de regering het ontwerp van programmawet bij de diensten van de kamer in.

In het ontwerp wordt o.a. invulling gegeven aan afspraken binnen de regering om aan de kernexploitanten een bijdrage van 500 miljoen te vragen voor de begroting 2009. In de tumultueuze vergadering van de kamer van volksvertegenwoordigers van 22 oktober 2009 zei premier Van Rompuy hierover:

On emprunte la même voie pour 2009. Le gouvernement précédent a décidé de prévoir à nouveau une contribution mais, cette fois, en deux tranches. Conformément à la notification budgétaire, on poursuit, pour la première tranche de 250 millions d'euros, la même voie juridique que celle de 2008. En revanche, selon la notification budgétaire, une seconde tranche de 250 millions d'euros devra être versée dans un fonds qui servira à des investissements ou des dépenses dans le domaine de l'énergie au sens large. Ceci comprend, toujours selon la notification, notamment des mesures s'inscrivant dans le cadre des compétences fédérales au niveau de l'économie d'énergie au sein d'un partenariat public/privé. Le gouvernement créera donc la base légale nécessaire dans la loi-programme pour l'exécution de ces décisions budgétaires.
Ondanks het feit dat Electrabel, EdF Belgium, SPE en Synatom een beroep tot vernietiging van de artikelen 60 tot 66 van de programmawet van 22 december 2008 hebben ingesteld en ondanks het feit dat premier Van Rompuy op 14 oktober in Voor de dag zei dat de bepalingen van de wet van 22 december 2008 van juridische betwistbare kwaliteit zouden zijn (zie hierover mijn bericht), behoudt men exact dezelfde juridische weg, met exact dezelfde nonsensikale en tegenstrijdige motivering als in de programmawet van 22 december 2008.

Daar waar men in de programmawet van 22 december 2008 nog de schijn hooghield dat de bijdrage bestemd was "om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie" vermeldt het ontwerp nu zonder omwegen dat "het bedrag zal worden aangewend voor het budget van de Rijksmiddelenbegroting" (nieuw in de wet van 22 april 2003 in te voegen artikel 14, § 8, vierde lid).

vrijdag 27 november 2009

Het opleggen van administratieve geldboetes kan getoetst worden door de Raad van State

Een administratieve geldboete, een door een beslissing van de overheid opgelegd bedrag als sanctie voor sommige overtredingen van bepaalde regelgeving (bv. bij de regeling rond groenestroomcertificaten of de energieprestatieregelgeving), kan volgens het Hof van Cassatie getoetst worden door de Raad van State in toepassing van zijn algemene bevoegdheid te beoordelen of een maatregel van de overheid al dan niet genomen is met machtsoverschrijding.

In zijn arrest van 4 december 2008 (RvS 4 december 2008, nr. 188.456, Emery Worldwide Airlines Inc.) oordeelde de Raad van State dat een administratieve geldboete die als straf bedoeld is op basis van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, EVRM, en van de Grondwet uitsluitend door de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht kan worden opgelegd of beoordeeld.

Het Hof van Cassatie, verenigde kamers, verbreekt dit arrest met zijn arrest van 15 oktober 2009. Volgens het Hof vereisen het EVRM noch de grondwet dat een administratieve geldboete die een straf uitmaakt uitsluitend door een rechter van de rechterlijke orde wordt opgelegd en beoordeeld. Voor het Hof volstaat het dat de overtreder beschikt over een volwaardig jurisdictioneel beroep.

Wanneer de wetgever de toetsingsbevoegdheid niet heeft toegekend aan een rechter van de rechterlijke orde, kan de Raad van State in toepassing van zijn algemene bevoegdheid te beoordelen of een maatregel van de overheid al dan niet genomen is met machtsoverschrijding zich ook uitspreken over de eenzijdige administratieve beslissing waarmee de geldboete opgelegd wordt. De Raad kan "onder meer" nagaan of die beslissing een wettelijke grondslag heeft en of zij op haar evenredigheid kan worden getoetst door een rechter. De Raad kan, zo de overtreder die mogelijkheid niet heeft, die individuele maatregel op grond van machtsoverschrijding vernietigen.

woensdag 25 november 2009

GdF Suez ondertekent overeenkomst over continuïteit energiebevoorrading

GdF Suez ondertekent overeenkomst over continuïteit energiebevoorrading